Bij de voorbereiding van onze reizen nemen wij vaak op het internet reisverslagen van anderen door en doen zo ook weer nieuwe ideeën op. Zo kan dit reisverslag misschien weer behulpzaam zijn bij jouw reis naar Cuba. Wij kijken terug op een leuke autorondreis met aardig wat highlights van Cuba. Wil je ook afreizen naar het betoverende Cuba dan kun je hier misschien nog ideeën opdoen.




Wij wensen je veel lees- en kijkplezier. Reageren op het verslag of vragen stellen kun je doen door via onze contactpagina een berichtje te sturen. Je kunt ook een reactie achterlaten in ons gastenboek wat we erg op prijs stellen. In dit verslag staan foto's bij het besproken onderwerp maar je kunt natuurlijk ook ons fotoalbum bekijken. Wellicht wordt je door dit reisverslag net zo enthousiast als wij.
Cuba 2015, autorondreis van 18 t/m 26 april 2015.

2015 zou het jaar worden van een lange rondreis door Cuba maar de trip moest het afleggen tegen een rondreis door het aanzienlijk koudere IJsland. We waren dan ook erg in onze nopjes toen we onverwacht in februari een aanbieding van Arke voorbij zagen komen tegen een wel zeer aantrekkelijke prijs. De rondreis van Arke draagt de toepasselijke naam "Cuba Libre" en bevat een 9-daagse individuele rondreis door het westelijk deel van Cuba, inclusief vlucht, huurauto en overnachtingen in hotels. Later blijkt dat we door overboekingen een aantal nachten in Casa Particulares moeten slapen.

Cuba, het eiland van Fidel Castro, Hemingway, sigaren en de Cuba Libre! We maakten kennis met de prachtige natuur, onder andere in het Escambraye gebergte en de vriendelijke bevolking. Bewonderden de krakkemikkige Amerikaanse oldtimers en slenterden door oude straatjes in Oud-Havana en het koloniale Trinidad.
Welkom op de Cuba reispagina van Dustytours.
Dag 1. Amsterdam - Varadero - Havana.

Sinds 2014 vliegt Arke met de moderne Boeing 787 Dreamliner, als vervanger voor de Boeing 767. Het is een prachtig vliegtuig met moderne snufjes maar helaas ook met te weinig beenruimte in de economy class. In ruim 8 ½ uur vliegen we naar Varadero, het vliegveld bij de bekende badplaats aan de noordzijde van het eiland. Het is half 6 als we in de rij staan voor Immigration, in een hal die een typische Oost-Duitse uitstraling heeft; kil en saai.

Omdat gebruik van creditcards en bankpassen in Cuba haast onmogelijk is, wisselen we een redelijke som euro's in tegen Cubaanse CUC's, de valuta die uitsluitend gebruikt wordt door toeristen en buitenlanders. Het begint ondertussen al te schemeren en niet veel later rijden we met een busje naar Havana voor de eerste overnachting. De rit duurt een kleine 2 ½ uur maar door de vermoeidheid van de vlucht lijkt het wel een eeuwigheid. We zien al snel de eerste oude Amerikaanse auto's rondtuffen, een bijzonder gezicht.

Eindelijk staan we dan om 22:00 aan de balie van het Occidental Miramar Havana Hotel, nadat we her en der wat Nederlanders hebben afgezet bij andere hotels. Het is een groot hotel aan de westkant van Havana met een nette lobby en een moderne bar, anders dan we verwacht hadden. De eerste 3 nachten zullen we hier slapen en door de ruime, schone kamer gaat dat wel lukken. De eerste CUC's gaan op aan een paar flesjes water om koffie te maken en een veel te duur Westers blikje Coca-Cola van ruim 3 euro. Morgen maken we kennis met de Cubaanse variant die aanzienlijk goedkoper is. Vanuit de hotelkamer hebben we uitzicht op de oerlelijke voormalige Sovjet ambassade, een vierkante, grijze toren die gelukkig zijn functie allang heeft verloren.
Dag 2. Havana.

Aan het ontbijt is te merken dat het hotel gewend is aan buitenlanders. Er is een overvloed aan vlees, fruit, moderne soorten koffie maar helaas ook veel te harde pianomuziek van een dame die speelt alsof haar leven er vanaf hangt. We hebben een kaart gekocht van Cuba maar die zal ons in de stad weinig behulpzaam kunnen zijn. In tegenstelling tot wat men schrijft mag een Smartphone met navigatie in Cuba gewoon gebruikt worden. Net als vorig jaar wordt dit snufje onze beste vakantievriend want geen enkele keer laat de juffrouw in het apparaat ons in de steek.

Omdat we in een ander hotel slapen dan oorspronkelijk gepland, rijden we met de Arke consulent naar het Panorama Hotel dat aan de kust ligt. Hier nemen we de huurauto in ontvangst, een Geely wat een soort moderne Trabant is van Braziliaanse makelij. Het ding rijdt nog best goed ook. Vandaag mag de Geely echter voor het hotel blijven staan want het is beter om een taxi te nemen naar het oude gedeelte van Havana.

Uiteindelijk kiezen we voor de hop-on-hop-off bus, een goedkopere optie waarbij we onderweg meteen ook de Plaza de la Revolucion en de dodenstad (Cementerio de Colon) kunnen bezichtigen. We stappen uit op het Plein van de Revolutie dat geflankeerd wordt door 2 kille betonnen overheidsgebouwen (Ministerio del Interior- de geheime dienst) met afbeeldingen van Che Guevara en Fidel Castro. Het monumento José Marti torent hoog boven het plein uit.
Het is midden op de dag en veel te warm om lang over het kerkhof te dwalen. Een half uurtje later zitten we alweer op het dak van de dubbeldekker bus, op naar Oud-Havana!  We rijden langs de kust en zien veel muurschilderingen, vlaggen en leuzen. Een korte stop bij een restaurantje zorgt voor de inwendige mens en wat later rijden we langs het oude gedeelte om vervolgens ergens bij de haven te stoppen. De chauffeur is aan zijn lunch toe en we zullen dus maar moeten wachten!

We besluiten een Cocotaxi te nemen (een kruising tussen een brommer en een paasei) die ons afzet bij de Plaza de la Catedral. Daar heerst een relaxte gemoedelijke sfeer met veel toeristen en straatmuzikanten. Dames poseren er met een grote Cubaanse sigaar en zo nu en dan pruttelt er zo'n typische oude Amerikaanse slee voorbij. We zijn nu toch echt in Havana!



Met de bus rijden we een stukje terug naar de begraafplaats Cristobal Colón. Dit is één van de grootste begraafplaatsen ter wereld met imposante marmeren grafkamers en monumenten; als een stenen woud met Griekse tempeltjes en zuilen steekt het af tegen de grijze stad. Erg indrukwekkend en door de felle zon en spierwitte graven letterlijk oogverblindend.


Vanaf de kade die vlakbij is hebben we uitzicht op de forten Castillo de los Tres Reyes del Morro en Fortaleza de San Carlos die aan de overkant van de baai liggen. Een bezoek aan de forten zit er helaas niet meer in omdat je niet te voet door de tunnel onder de baai door mag.

Het ritje met de hop-on-hop-off bus terug naar het hotel gaat iets minder gesmeerd als op de heenweg; bij de Place de la Revolution stopt de bus en het is ons volkomen onduidelijk wanneer en welke bus we nu moeten nemen. We slaan een aanbod van 15 CUC voor een oldtimer-taxi af en rijden terug met een Cocotaxi. Voor 10 CUC wil de jongen ons wel terugbrengen naar het hotel. Het is een grappig ritje maar wel weer tussen die vieze uitlaatgassen. De jongen probeert er nog een slaatje uit te slaan door aan te geven dat de meter 17 CUC aangeeft. We hadden echter en deal voor 10 en daar houden we hem dan ook aan.

Bij aankomst in het hotel komen we het stelletje tegen uit Soest dat we tijdens de rit vanaf het vliegveld al hadden gesproken. We besluiten samen te dineren in het a la carte restaurant van het hotel. Het buffetrestaurant is een drukke eetschuur en daar hebben we niet zo'n zin in. Het restaurant valt echter vies tegen; het is er door de airco ijskoud en ze hebben eigenlijk niets dat op de kaart staat. Uiteindelijk worden er maaltijden opgediend, taai, saai en vooral koud. Kortom, niet echt een aanrader!

Rondom het plein liggen wat restaurantjes en terrasjes die goed gevuld zijn met toeristen. Vooral op de Plaza de Armas is het meer dan heerlijk toeven in de schaduw van de bomen en tussen de lokale bewoners die zich tegoed doen aan een siësta.

Via de Plaza Vieja lopen we door nauwe steegjes naar het Capitolio en het Gran Teatro. In de zon is het er bloedheet en in tegenstelling tot het gebied buiten de oude stad rijden er best veel auto's. Door de slechte benzine die de oldtimers gebruiken hangt er bovendien een dikke zwarte walm, niet echt gezond.

Om de kelen te smeren en wat schaduw te zoeken strijken we neer in een barretje waar hoofdzakelijk lokale mensen zitten. Het is een leuke plek om mensen te kijken en de tijd vliegt er om. Na een korte wandeling komen we aan bij het Museum van de Revolutie, vlak bij het voormalige presidentiële paleis van dictator Fulgencio Batista. In een soort van glazen sarcofaag is de 18 meter lange Granma te zien, een motorboot waarmee Castro van Mexico naar Cuba voer en die gezien wordt als één van de belangrijkste symbolen van de revolutie. Verder kun je er een straalmotor van een neergeschoten U-2 spionagevliegtuig zien, een tot tank verbouwde tractor en een door kogels doorzeefde oude bestelwagen.

Net voor de stad Pinar del Rio verlaten we de snelweg en rijden richting Vinales. Vanaf een plateau bij hotel Los Jazmines genieten we van een prachtig uitzicht over het Parque de Vinales. Deze vallei heeft een rode kleigrond met op de achtergrond groene bergen en her en der rechtopstaande kalkstenen rotsen. Pittoreske boerderijtjes met droogschuren voor de tabak en statige palmen maken het plaatje compleet. De vallei staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO en dat is niet voor niets. We drinken een koud colaatje en rijden door naar Vinales. De temperatuur loopt ondertussen op naar ruim 30 graden.

Iets voorbij het dorp vinden we de Cueva del Indio, een grottenstelsel waar je met een bootje doorheen kunt varen. De grot is zo genoemd omdat de Indianen hem tijdens de Spaanse veroveringstochten gebruikte als schuil- en begraafplaats. Het parkeren van de auto op een lege parkeerplaats kost ons een CUC, een fenomeen dat we nog vaak terugzien als we ergens bij een bezienswaardigheid willen parkeren. In Cuba is het heel normaal dat iemand voor een zakcentje op je auto past. Op zich ook niets mis mee. We kopen een kaartje en kunnen vrijwel meteen de grot in. Voor de grot staan een paar als Indianen verklede acteurs met dieren om te fotograferen. Op de trap naar de grot speelt een oud baasje zijn gitaar. Het is een ratjetoe aan attracties maar ook wel weer grappig bedacht. 

Binnen in de grot is het veel drukker dan buiten. De grot is zoals een grot hoort te zijn; stalactieten en stalagmieten en een riviertje met een bootje. De gids toont verschillende vormen in de rotsen die met enige fantasie wel herkenbaar zijn. Het tochtje duurt nog geen 10 minuten en we varen weldra de grot weer uit. De uitgang is mooi met een hoog plafond en veel hangplanten.


Dag 3. Van Havana naar Vinales.

De Geely zal  vandaag toch echt aan de bak moeten want er staat een lange rit gepland van 380 km naar Vinales (het hart van de Cubaanse tabaksteelt) en daarna weer terug naar Havana. We kunnen ervoor kiezen om meteen de snelste route via de Autopista A4 te nemen maar het is altijd leuker om een binnendoorweg te rijden, in dit geval een stuk langs de kust en dan bij het dorpje Mariel de snelweg op. Het kost maar een uurtje meer reistijd.

Zodra we wegrijden bij het hotel wordt het verkeer al snel een stuk rustiger. Auto's maken plaats voor brommers, motors en paard en wagen. We doorkruisen kleine dorpjes en zien hoe het leven buiten de stad zich afspeelt. Overal langs de weg staan mensen te liften, een gewoonte die je in heel Cuba tegenkomt. Op de Autopista rijdt het weliswaar sneller maar het is constant uitkijken omdat het wegdek vol met gaten, bulten en putholes zit. Langs de kant en op de vele viaducten (die overigens vaak nog geen op- en afrit hebben) staan revolutionaire leuzen en afbeeldingen van Che en Fidel. Het is bijzonder om te zien, zeker door de vele lifters die zich verschanst hebben in de schaduw onder die viaducten.

Plotseling springt een man voor onze auto, midden op de snelweg. Hij ziet er best officieel uit met een blauw pak en een stapel papieren onder zijn arm. Er is sprake van een noodgeval! Door een kapotte bus moet een jongen naar een dorp, ongeveer 10 km verder. We laten de jongen instappen en merken dat hij  perfect Engels spreekt.  Hij vertelt ons dat hij op een tabaksplantage werkt en als we willen kunnen we wel even met hem mee om een kijkje te nemen. Dat slaan we maar af en achteraf horen we dat het een bekende truc is om behalve een lift te krijgen ook een poging is om foute sigaren aan de man te brengen. We zijn er dit keer maar voor de helft ingestonken en vinden het achteraf wel grappig.

We rijden vervolgens door naar de Ruraal de la Prehistorie, een door hedendaagse Cubaanse kunstenaars gemaakte reusachtige 'prehistorische' rotsschildering in felle kleuren. De "points of interest" liggen in Vinales op een paar km afstand van elkaar en we zijn er daarom zo. Op de plek staan wel veel bussen met toeristen die allemaal in groepsverband gaan eten bij het restaurant. Fidel heeft persoonlijk opdracht gegeven voor de tekening die de evolutie van de Socialistische Mens moet voorstellen. Persoonlijk vinden we het niet zo passen in het mooie landschap maar kennelijk denken, gezien de drukte, veel toeristen daar toch anders over.


Het dorpje Vinales ziet er gezellig uit met eettentjes en winkeltjes en we besluiten het maar eens te proberen bij een Paladar, een eettentje bij mensen thuis. Het eten smaakt goed, de prijzen zijn betaalbaar en het toilet is schoon. Tijdens de wandeling door het dorp zien we nog hoe bij een openbare rechtszitting de dorpelingen zich verdringen bij de ramen en deuren om een glimp op te vangen van het proces. Dat zul je bij ons niet snel tegenkomen.

Cuba kent nauwelijks reclameborden want alles is toch van de staat en het is dus telkens wel even zoeken naar een winkeltje waar ze water en frisdrank verkopen. Voor een paar Cuc kopen we een tray met flessen water, goed voor de rest van de vakantie. In het winkeltje staat verder bijna niets! Bij benzinepompen heb je over het algemeen wat meer kans op snacks en drankjes.

Via de autopista rijden we weer terug naar Havana waar we rond 18:00 uur arriveren in het hotel. De navigatie op de telefoon doet het wonderbaarlijk goed en we loodsen ons door de stad alsof we er al jaren wonen. Wat een uitkomst zo'n ding in een land met maar weinig verkeersborden.

Op de kamer aangekomen sneuvelt helaas de waterkoker wat de nodige paniek teweeg brengt. Zonder koffie is er nou eenmaal geen leven mogelijk op vakantie…. Het was in kilometers best een lange rit maar er is zoveel te zien dat je er nauwelijks iets van merkt en het niet snel als vervelend zult ervaren. Met de bus is het denk ik een ander verhaal. En Vinales is prachtig en heel fotogeniek!

Dag 4. Havana - Montemar National Park (Península de Zapata National Park) - Cienfuegos.

Met maar 280 kilometers voor de boeg hebben we vandaag wat meer tijd om rond te kijken. We rijden dwars door de stad naar de Autopista 1 die naar het Oosten loopt. We vergeten helaas een bezoek te brengen aan het Parque Lenin met zijn levensgrote beeld van Lenin en de vele kermisattracties. Ons eerste reisdoel is het Montemar National Park oftewel het Península de Zapata National Park, Cuba's grootste natuurgebied dat vooral bestaat uit moerasland en waar veel zeldzame dieren leven. Uitgestrekte mangrovemoerassen vol krokodillen en zeldzame watervogels kenmerken het schiereiland Zapata.

Het is even onduidelijk waar het park precies ligt maar de navigatie leidt ons gemakkelijk naar het kleine dorpje La Boca de Guama, het toeristencentrum van deze plek. Je kunt hier een krokodillenfarm bezoeken en een boottochtje doen naar het nabijgelegen meer Laguna del Tesoro waar een soort resort is gebouwd. Na betaling van 20 CUC zitten we al snel in een speedboot die als een jekker door een kanaal vaart. De bootsman vergeet soms even de roofvogels in de toppen van de bomen. We krijgen 3 kwartier om over de bruggen en vlonders van de lodge rond te lopen, een prachtig plekje op het Laguna del Tesoro . Er is een Indianendorp nagebouwd en er leven heel veel vogels. Zo zien we reigers, pelikanen, roofvogels en de allermooiste kleine vogeltjes en zelfs kolibrietjes.  Een mooi uitstapje dat naar onze mening iets te kort was.

We besluiten om de kustweg naar de stad Cienfuegos te volgen in plaats van terug te rijden naar de Autopista en zakken verder af naar het Zuiden om langs kleine dorpjes richting Varkensbaai te rijden. We komen aan bij de Caribische kust en zien de meest mooie riffen in het felblauwe zeewater.




Cienfuegos wordt ook wel "De parel van het Zuiden" genoemd omdat veel van de koloniale oude gebouwen in volle glorie zijn gerestaureerd. De stad ligt in een beschermde baai en is rijk aan geschiedenis.  We rijden naar het Parque José Marti, een park met daar omheen een aantal mooie oude koloniale gebouwen. De meeste bezienswaardigheden van Cienfuegos liggen in of rondom het historisch centrum en zijn in 1 keer gemakkelijk te voet te bezichtigen.

Voor 2 CUC zal een oude baas wel op de auto letten en we bezoeken o.a. de kathedraal en het theater. Het is inderdaad een mooi plein met rustige schaduwplekjes. Vanaf het plein slenteren we via een winkelstraatje naar de haven. Onderweg worden we geen enkele keer lastig gevallen door verkopers of sjacheraars, eenvoudigweg omdat het verboden is om dat te doen. Terug op het plein zien we het Nederlandse stelletje op een terrasje zitten en we sluiten aan om van de schaduw onder de veranda te genieten.


Vandaag willen we ook eens kijken of we ergens (lokaal) goed kunnen eten. Punta Gorda lijkt de plek bij uitstek en als we arriveren voor de afgesloten poort van de Yachtclub denken we even dat het veel te veel geld gaat kosten. Een man bij de poort oppert bovendien dat het veel goedkoper is om bij hem te komen eten maar we rijden uiteindelijk toch het terrein op. In het restaurant van de club op de bovenste verdieping hebben we een mooi uitzicht over de haven. De prijzen vallen reuze mee, het eten is op zijn zachts gezegd bijzonder. Anita heeft een steak besteld die in plaats van gebakken gekookt is. Niet om aan te zien en het smaakt naar soepvlees.

Ons hotel voor vannacht ligt een stuk buiten de stad aan het water. Het Pascabello Hotel is een afgrijselijk Oostblok-achtig gebouw met een leeg zwembad en veel te donkere lobby. De kamers zijn gelukkig wel brandschoon maar echt een fijn gevoel kan het hotel ons niet geven. Rob regelt aan de bar wat heet water zodat we toch ons bakkie kunnen doen. Het hotel trekt voornamelijk grote groepen bustoeristen en bij het ontbijt is dat ook duidelijk te merken. Veel Nederlanders, Fransen en Duitsers die allemaal haast lijken te hebben om verder te trekken. Het netjes opgemaakte buffer verandert daardoor al snel in een slagveld.

Voor ons is het meteen ook het laatste hotel van de reis want de komende 3 nachten zullen we slapen bij mensen thuis, in de zogenaamde Casa Particulares. We zijn erg benieuwd hoe dat uit gaat pakken. Slechter dan het laatste hotel kan het nooit worden denken we maar en we hopen ook op wat meer contact met de mensen thuis. Het geeft in ieder geval de kans om iets te zien van de privé-omstandigheden waarin de Cubanen gedwongen zijn te leven.

Dag 5. Cienfuegos - Trinidad. 
Als er iets is waarover we niet mogen klagen in Cuba dan is het wel het weer. Het is nu de droge tijd en de temperatuur is lekker behaaglijk, vooral in de ochtend. Met een lekker zonnetje beginnen we vandaag aan ons korte ritje van zo'n 100 km naar het historische Trinidad. Onderweg maken we nog een korte stop bij de Jardin de Botanica, de botanische tuin met 2400 soorten planten en bomen.  We rijden verder en zien op de weg honderden dode krabben liggen die de oversteek niet hebben gehaald. Menig huurauto schijnt er zijn banden op lek te rijden maar onze Geely is niet stuk te krijgen. Langs de kust zien we duikcentra die de mooiste duikstekken van Cuba voor de deur hebben. Dat doet best wel even pijn, we hebben helaas te weinig tijd om een duikje te maken.

Trinidad is bekend om de rode dakpannen, pastelkleurige gebouwen en met kinderkoppen geplaveide straatjes. Voordat we het in de gaten hebben staan we ineens voor de deur van onze Casa Particulares; Hostel Mandy y Marilyn. Een vriendelijk vrouw heet ons welkom en we lopen achter haar aan naar binnen toe, dwars door de huiskamer. Bij een binnenplaatsje is in een schuurtje een kamer is gemaakt. De binnenplaats is leuk versierd met muurschilderingen, planten en een gezellige veranda om onder te eten. Kortom, helemaal niks mis mee en ook nog eens lekker dicht bij het centrum!

De man des huizes loopt ongevraagd met ons mee naar de bank maar die gaat net dicht en kan trouwens ook niets met een creditcard. Een eindje verderop vinden we zowaar onze eerste Cubaanse flappentapper. Een geruststelling want onze voorraad geld begint al aardig op te raken. Binnen een paar minuten komen we aan op het centrale plein (Plaza Mayor) in het autovrije centrum. Er heerst een gemoedelijk sfeertje, de straten zijn gevuld met bustoeristen en stalletjes en het zonnetje kleurt de pastelkleurige muren mooi af tegen de blauwe lucht. We nestelen ons op het terras van de Casa de la Musica dat naast het hoofdplein ligt en we en genieten er een tijdje van de live muziek. Vroeger werden hier mensen op de brandstapel gegooid maar dat is gelukkig al heel lang geleden.


We bezoeken als eerste de bekendste bezienswaardigheid van Trinidad, de klokkentoren van het Convento de San Francisco de Asis, een voormalig klooster dat stamt uit 1731. Vanuit de toren heb je een mooi uitzicht over de rode pannendaken en je kunt zelfs het blauwe water van de Caribische Zee zien. De benedenverdieping herbergt een museum met documenten, foto's en allerhande spullen van de strijd tegen de bandieten, de contra-revolutionairen die na 1959 naar de Sierre del Escambray vluchtten. Verder staan er een piratenboot en een oude Russische legertruck. 
  
We slenteren vervolgens wat door de straatjes van de stad die wel de mooiste van Cuba wordt genoemd. Het sfeertje is er ook zo gemoedelijk! Omdat het nog vroeg in de middag is en erg warm, besluiten we terug te lopen naar de Hostel voor een bakje koffie. Mandy maakt voor ons wat heet water en we zitten heerlijk in de binnentuin met een boek en een Hollands bakkie, lekker in de schaduw.

Rond een uurtje of 4 wandelen we weer terug, het licht is nu al een heel stuk beter. Na een 2e stop op het terras bezoeken we het Palacia Cantero, dat beschouwd wordt als een van de beste musea van Trinidad. Het herenhuis stamt uit de slaventijd en is ingericht met fraaie museumstukken. De wanden zijn versierd met decoraties en het geheel geeft een prima indruk van het rijke leven dat de familie Brunet moet hebben geleefd. Het gebouw herbergt nu het Museo Histórico Municipal. Vanaf de uitkijktoren hebben we een prachtig uitzicht over Trinidad.

Na een stevig diner op een leuk terrasje op het Plazuelea del Jigüe (in restaurant El Jigüe dus) sluiten we een dagje Trinidad af met niet alleen veel indrukken van dit UNESCO-stadje maar vooral ook met heel veel kleurrijke foto's.

Dag 6. Trinidad - Topes de Collantes - Trinidad.

Het ontbijt in een Casa Particular hoeft niet onder te doen voor die in een goed hotel, zo merken we vanochtend. Lekker genieten van het ochtendzonnetje onder de veranda heeft toch net iets meer! Vandaag moet er gewerkt worden. Net buiten het stadje ligt het berggebied Topes de Collantes. Een prachtige natuurgebied van de Escambraye. In dit nationale park draait het vooral om mooie natuur, watervallen en blauwe poeltjes die uitnodigen tot een duik. We rijden op eigen gelegenheid naar het visitor center in het park, een mooi ritje van krap 3 kwartier via haarspeldbochten door de heuvels. Er zijn vele keuzemogelijkheden voor een wandeltocht. Een gids raadt ons aan naar de waterval Vegas Grandes te rijden. Na het parkeren van de auto is het een klein uurtje lopen naar een mooie waterval die uitmondt in een kleine poel.

Het eerste gedeelte lopen we nog over een breed zandpad tussen de mooie natuur door. Vogels fluiten, de zon schijnt door het bladerdak en zo vroeg op de morgen is de temperatuur perfect om te hiken. Om bij de waterval te komen moeten we echter de heuvel af via een steil pad en een natuurlijke trap. Nadat we 12 CUC p.p. hebben betaald aan 2 locals aan het begin van het pad beginnen we aan de lange weg naar beneden. Het is best zwaar en vooral erg steil maar na een half uur horen we dan toch eindelijk de  waterval. En die mag er zeker zijn! We maken wat foto's en duiken het koude water in om de grot onder de waterval te bekijken. De GoPro gaat mee onder water en we laten het water over ons heen kletsen. Een welkome verkoeling want de temperatuur is ondertussen alweer flink aan het oplopen.


De klim terug naar boven gaat met horten en stoten maar eenmaal terug bij de auto hebben we geen spijt van deze inspanning. Het is een mooi gebied waar je best een paar dagen zou kunnen rondkijken. Wij hebben echter andere plannen; omdat het nog zo vroeg is kunnen we ook naar het strand rijden voor een middagje rust. En misschien kunnen we zelfs nog wel een duikje maken.

In een klein half uurtje rijden we naar Playa Ancon waar luxe hotels het beeld bepalen. We doen wat navraag en parkeren de auto bij een 4-sterrenhotel waar we gratis gebruik kunnen maken van het strand.  Het lijkt een beetje op een plaatje uit de reisgids. Het zand is spierwit, er staan grote bomen met veel schaduw en het water is adembenemend tropisch. Je kunt er een drankje drinken en ligstoelen huren. Voor een duikje zijn we jammer genoeg te laat maar die paar uur relaxen tegen het eind van de middag bevalt ons meer dan goed. Hebben we toch nog even iets van het strandgevoel opgepikt.

Vlak om de hoek van onze hostel zien we een sfeervol restaurant met live muziek en een goede menukaart. We vieren de dag met lekker eten en een paar welverdiende biertjes. Trinidad en omgeving is zonder meer een aanrader met voor ieder wat wils.

Dag 7. Trinidad - Santa Clara.  
De tijd gaat altijd veel te snel als je het goed naar je zin hebt. Vandaag hebben we een korte rit van 160 km naar Santa Clara op het programma staan waar we iets hopen op te vangen van de mythe rondom Che Guevara. We nemen een alternatieve route via Sancti Spiritus en rijden door talloze boerendorpjes en rietsuikervelden. Het is een mooie rit waarbij het lijkt alsof we 50 jaar teruggaan in de tijd. Verliefde stelletjes trekken er opuit met paard en wagen, de boeren lopen achter de os en de ploeg en lachen ons toe. Boven ons zwermen de gieren op zoek naar iets lekkers. Cuba in zijn meest pure vorm trekt aan ons voorbij.

Santa Clara is een provinciehoofdstad en aanzienlijk drukker als Trinidad. De stad wordt ook wel de poort naar het Oosten genoemd en is bekend door de strategisch belangrijke inname van de stad in 1958 door niemand minder dan Che Guevara zelf.
Voordat we ons in Che kunnen gaan verdiepen moeten we echter eerst onze Casa Particular voor vannacht nog zien te vinden. Met de navigatie op de telefoon is het kinderspel maar zonder hulpmiddelen was dat een heel ander verhaal geweest. We verblijven vandaag bij Hostel Julio. Het blijkt een historisch huis te zijn dat door eigenaar Julio (hoe kan het ook anders) knap gerestaureerd is met een hele sfeervolle authentieke inrichting. Julio moet in het verleden goed geboerd hebben, hij heeft zelfs Cubaans Internet en antieke meubels. De kamer is meer dan okee en ook nu zitten we weer op loopafstand van het centrum.

Ons hoofddoel voor vandaag is de Plaza de la Revolution, een groot plein met het monument van Che Guevara en zijn mausoleum. Al vanaf grote afstand zien we het reusachtige bronzen beeld van Che hoog op een sokkel staan. We parkeren de Geely zowat om de hoek en lopen het plein op. Het socialisme is hier goed voelbaar en in gedachte zien we het plein gevuld met duizenden "aanbidders" die onder het oog van Che Quevara hun steun betuigen aan het regime.
Onder het beeld is behalve een museum ook het mausoleum waar de resten van Che worden vereerd. We mogen deze heiligdommen pas betreden nadat we al onze tassen hebben afgegeven bij een tentje voor de deur. Het museum is best interessant en toont natuurlijk veel memorabilia van de revolutie waaronder de Colt.45 van Che. Als je achteraf leest waar hij dit wapen voor gebruikte dan komt de mythe die Castro bedacht heeft rondom Che ineens in een heel ander daglicht te staan!

Het mausoleum heeft iets weg van een grot. Op de tombe van Guevara wordt een vijfpuntige ster geprojecteerd en er brandt een eeuwig vuur dat door Castro zelf is ontstoken. Best indrukwekkend allemaal en slim bedacht door Castro om zodoende de aandacht van hemzelf af te leiden.


Na een kwartiertje terugrijden parkeren we de auto vlak bij de hostel en lopen richting het centrum van de stad. Het is er druk en de sfeer is minder gemoedelijk als in Trinidad. We willen eigenlijk naar het dakterras van het Hotel Santa Clara Libre om zicht te hebben over het Park Vidal, het centrale plein. Een oudere vrouw lokt ons met alle goede bedoelingen van de wereld weg van het hotel om in een rustig en goedkoop restaurantje te kunnen eten. We betalen er echter 6 CUC voor een broodje kaas met tomaat, ongeveer een half maandsalaris voor een Cubaan…. Met recht een tourist trap!

Via de Calle Independencia lopen we in een kwartiertje naar de volgende bezienswaardigheid; de Tren Blindado of gepantserde trein met bijbehorend museum.  De trein die er staat moest in 1958 het rebellenleger tot staan brengen maar Che Guevara zelf zag kans om met een bulldozer de rails te saboteren en de regeringsleger te verslaan. Zowel de trein als de bulldozer zijn te bezichtigen. Na een kwartiert ben je er echt wel uitgekeken.

We wandelen terug naar het plein en bekijken de gebouwen die er omheen staan. We hebben duidelijk minder op met Santa Clara want zo rond 4 uur zitten we alweer aan de koffie in de hostel.

Vanavond eten we in een uitstekend restaurantje bij een kennis van Julio. Hij vindt het geen goed idee om in het donker nog naar het centrum toe te lopen. We vragen ons nog steeds af of Julio niet een beetje tegen ons gejokt heeft. Het eten was er zeker niet minder om, het jonge stel deed er alles aan om het de gasten naar de zin te maken. Toch hebben wij geen beeld bij criminaliteit in Cuba.

Dag 8. Santa Cara - Varadero.  

De rondreis begint op zijn einde te lopen met vandaag een rit van 200 kilometer terug naar Varadero. We vinden het een beetje een verloren dag en besluiten dan maar om rond te gaan neuzen op het Varadero schiereiland waar veel luxe resorts moeten staan met mooie stranden.

Op ons dooie akkertje rijden we door het binnenland naar Varadero en nemen hierdoor zonder het te weten afscheid van het echte Cuba. Varadero is een badplaats met luxe en vooral veel zontoeristen. Behalve personeel zul je er weinig Cubanen treffen omdat het ze verboden is te venten of er zomaar te vertoeven. We stoppen bij een cafeetje en doen ons tegoed aan verse jus. Een eindje verderop is een snackbar waar je voor normale prijzen kunt lunchen. Parkeren kun je eigenlijk overal; de zontoeristen hebben geen huurauto en behalve wat taxi's en bussen zie je maar weinig verkeer. Het publieke strand is oogverblindend mooi en op dit tijdstip van de dag ook nog lekker rustig.

We besluiten op verkenning te gaan en eindigen helemaal op het uiterste puntje bij de hagelnieuwe Marina. De grote jachten die er liggen doen vermoeden dat de prijzen hier erg hoog zullen zijn maar dat valt alles mee. Het is er zalig rustig en er zijn moderne koffietentjes, een ijssalon en cafés. We vullen de middag door lekker uit te rusten op het terras bij de Marina en rijden voor de laatste keer naar een openbaar strand. Het is een stuk moeilijker om op een hotelstrand te komen zo horen we van voorbijgangers.


Om 19:45 vertrekt onze vlucht terug naar Nederland en als we om half 5 het vliegveld oprijden hebben we alle tijd om de huurauto in te leveren, geld terug te wisselen en nog wat te shoppen op het kleine vliegveld. Na betaling van 25 CUC p.p. aan uitreisbelasting raken we snel door de douane en nestelen ons bij de gate. Varadero Airport is kleinschalig en relaxed en de tijd vliegt om. Al snel zien we de mooie blauwe vogel van Arkefly zijn wielen aan de grond zetten. Een nieuwe lading Nederlanders gaat beginnen aan hun Cuba-avontuur en wij maken straks nog een tussenlanding op Cancun in Mexico om gasten af te zetten en op te pikken.

Arke vliegt met de Boeing 787 Dreamliner, het allernieuwste vliegtuig vol innovatieve snufjes. Zo zijn de ramen groter, is er sfeerverlichting en zijn de motoren stiller als van andere vliegtuigen. De cockpit is voorzien van de meest moderne snufjes en Rob krijgt het voor elkaar om een kijkje in de cockpit te nemen. Gezagvoerder Marc (hij wordt de aardigste captain van Arke genoemd) nodigt hem uit om de landing op Cancun vanuit de cockpit mee te maken. Dat is niet aan dovemansoren gezegd en met een brede smile komt Rob een uur later terug in de cabine om plaats te nemen in een veel te krappe stoel bij het raam.



Dag 9. Cuba - Cancun - Amsterdam. 
De vlucht naar Nederland verloopt best aardig want door het goede klimaatsysteem in het vliegtuig lijken we zelfs wat geslapen te hebben en boven Londen maken we ons op voor de landing op Schiphol. Wel jammer dat we de zon achter hebben moeten laten op Cuba. Het is grijs, koud en het regent en het lijkt haast traditie te worden om bij thuiskomst de kachel op standje hoog te moeten draaien.

9 dagen Cuba lijkt veel te kort maar wij hebben toch het gevoel dat we veel langer zijn weggeweest. De loomheid van Cuba, een korte zit aan de idyllische stranden van de Caribische Zee en de indrukken van een land dat worstelt met het moderne tijdperk is voor ons voldoende reden om Cuba in ons hart te sluiten.  De magische aantrekkingskracht van Cuba is al zo vaak beschreven maar wij hebben hem ook echt gevoeld! Behalve liefhebbers van het koloniale tijdperk, natuurliefhebbers en zonaanbidders mogen fotografen Cuba gewoon niet overslaan. Neem in ieder geval wel voldoende geheugenkaartjes mee want je kunt er blijven fotograferen!

Door de recente toenadering van de VS en de versoepeling van het handelsembargo dat al stamt uit 1962 verwacht iedereen dat Cuba snel zal gaan veranderen en de rammelende Amerikaanse oldtimers en vervallen voorgevels snel vervangen zullen worden door nieuwe auto's, luxe resorthotels en vollere winkels. Samen met de bevolking van Cuba zijn wij erg benieuwd hoe- en of Cuba zal gaan veranderen en/of de Cubanen meer kansen krijgen.

"Hasta la Victoria Siempre"
April 2015,
Rob en Anita

 
 
 
 
 
 
 
Reisverslag Cuba 2015