Welkom op de Verenigde Arabische Emiraten en Oman reispagina van Dustytours.
Bij de voorbereiding van onze reizen nemen wij vaak op het internet reisverslagen van anderen door en doen zo ook weer nieuwe ideeën op. Zo kan dit reisverslag misschien weer behulpzaam zijn bij jouw reis naar de Verenigde Arabische Emiraten of Oman. Het Midden-Oosten blijkt in ieder geval telkens weer een mystieke plek op aarde vol verrassingen en schitterende natuur.



Wij wensen je veel lees- en kijkplezier. Reageren op het verslag of vragen stellen kun je doen door via onze contactpagina een berichtje te sturen. Je kunt ook een reactie achterlaten in ons gastenboek wat we erg op prijs stellen. In dit verslag staan foto's bij het besproken onderwerp maar je kunt ook ons fotoalbum bekijken. Wellicht wordt je door dit reisverslag net zo enthousiast als wij.
Dag 1. Zaterdag 20 september, vertrek naar Dubai.

Het was een lange zomer maar vandaag begint dan eindelijk de 22-daagse rondreis door de Verenigde Arabische Emiraten en Oman. Anita heeft een constructie gevonden waarbij de KLM voordeel geeft op de vliegtickets als je reist vanuit België. En dus rijden we vanuit Prinsenbeek naar Antwerpen Centraal waar we rond half 10 op de HSL stappen richting Schiphol. Adrie is zo aardig om ons naar Antwerpen te brengen. Het is nog best een leuk uitje want zo zien we ook eens wat van het mooie stationsgebouw aan de binnenkant. We moeten niet vergeten om de treinkaartjes af te laten stempelen omdat anders het voordeel  vervalt als je incheckt bij de KLM.

Met een flinke vaart razen we over het spoor. In de trein heerst een gemoedelijk sfeertje onder de voornamelijk internationale reizigers. Na een korte stop in Rotterdam staan we al om 10.30 uur op Schiphol. Met een half uur vertraging stijgen we om 14:45 op voor een vlucht van bijna 6 uur naar Dubai. De vlucht met de Boeing 777 of "triple 7" verloopt erg soepel zodat we om  23:00 uur lokale tijd landen op het ultramoderne vliegveld van Dubai.

We pinnen op weg naar de douane en immigratiedienst alvast wat Dirhams en als we in de rij staan verbazen we ons over de vriendelijkheid waarmee de immigratiedienst ons welkom heet in de Emiraten. Gestoken in traditionele Dishdash en Ghutra  gaan ze snel en efficiënt te werk. Er moet wel een irisscan gemaakt worden. Het blijkt dat het visum voor de VAE gratis is en ook nog gratis toegang tot Oman verschaft, iets wat anders een kleine 40 euro p.p. kost. Kortom, we beginnen de vakantie met flink wat korting.

Een man staat met een bordje op ons te wachten voor de transfer naar het 3* Ibis Deira stadshotel in het oude centrum van Dubai. Buiten de aankomsthal voelen we dat we niet meer in Nederland zijn. Het is bloedheet en vochtig en dat zo laat nog op de avond. Een luxe Lincoln met leren bekleding zoeft ons in een kwartiertje naar het hotel. In de lobby merken we dat airco in de VAE kennelijk niet veel kost want het ijs staat zowat op de ruiten. De komende dagen merken we dat zelfs de metrohallen in Dubai er een toendraklimaat op nahouden.

Het Ibishotel is kleinschalig, goed gelegen en modern en netjes ingericht. Op de kamer is een waterkoker en er staat koffie en thee. Ondertussen is het mede door het tijdsverschil wel ruim over middernacht maar morgen kunnen we fris en uitgerust aan onze ontdekkingsreis door Dubai gaan beginnen.



Dag 2. Zondag 21 september, verblijf in Dubai.

Er staat best een lange dag op het programma vandaag. Om 17:00 worden we verwacht bij de Burj Khalifa waar we in Nederland al kaartjes voor het panaromadek op de 124e verdieping hebben gekocht.  Na een lekker ontbijtbuffet nemen we een taxi naar het stadsdeel Al Ras waar onder andere de Gold- en Spice Souq te bezoeken zijn. Het is nog vroeg en niet alle winkeltjes in de Souq zijn al open.  Aan de overkant van de weg ligt de beroemde Dubai Creek een zoutwaterkreek dwars door het stadscentrum van Dubai met veel traditionele houten schepen. Het is een gekrioel van werkers bij de schepen die aan het laden en lossen zijn. Een aardige man spreekt ons aan om voor 20 euro een tocht over de kreek te maken. We zijn dik een uur onder de pannen en na afloop worden we afgezet aan de overkant van de kreek. Het is een leuke tocht en vanaf de kreek hebben we een mooi uitzicht over de hypermoderne gebouwen langs het water en de grote houten schepen.

Na een uurtje staan we aan de overkant in de wijk Bur Dubai waar we voor 40 eurocent 2 ijskoude colaatjes kopen in een winkeltje bij de Hindoestaanse tempel. De temperatuur is dan al opgelopen naar 35 graden en het is pas 11:00 uur. We sloffen over de kade naar het Heritage Village waar wat traditionele oude gebouwen moeten staan maar merken dat het veel te heet is om in de volle zon over het terrein te wandelen. Er is ook weinig activiteit en we besluiten om een taxi te zoeken die ons terugbrengt naar het hotel . De taxichauffeur zegt pas nieuw te zijn en dat resulteert in een rit van ruim een uur in de file. De rest van de dag reizen we met de metro, dat een stuk sneller gaat.

Na een opfrisbeurt lopen we naar het metrostation vlakbij het hotel. Voor een paar euro koop je een dagkaart, een ideale manier om Dubai te verkennen. Het reizen met de metro is lekker koel en het is op dit tijdstip (13:00) niet druk. Bovendien rijdt de metro grotendeels bovengronds zodat je ook nog wat van de stad kunt zien. Na een kort ritje stappen we uit bij de Dubai Mall, het grootste overdekte winkelcentrum ter wereld. Via een lange glazen tunnel lopen we richting de mall. Natuurlijk is er airco en als we via een nooduitgang halverwege de tunnel uitstappen weten we meteen weer dat we midden op de dag in Dubai zijn. Naast de mall staat het meest indrukwekkende gebouw van de Emiraten, de Burj Khalifa die met 828 meter het hoogste gebouw ter wereld is. Wow! Om 17:00 uur gaan we naar het observatiedek en we nemen de tijd om de omgeving van de toren met zijn mooie fonteinen en waterpartijen te fotograferen. Via een zij-ingang lopen we de mall in waar het krioelt van de mensen. Er is een heel scala aan eettentjes, bij een gezellig restaurantje drinken we een colaatje en kijken mensen. Zo te zien hebben ze veel te besteden want het straalt van ze af.

We snuffelen nog wat voor de winkels met beroemde namen en lopen naar het grote aquarium in de mall. Haaien, roggen, Napoleonvissen en hele scholen vis zwemmen langs de ramen die vanaf de grond toch wel een meter of 6 hoog zijn. Indrukwekkend, een mooie plek zelfs om een duikje te maken met al die vis.

Om 17.00 uur gaan we op weg naar de 124e verdieping van de toren waar op 452 meter een observatiedek is met rondom uitzicht op de stad. We mogen er zo lang blijven als we willen en dus kunnen we Dubai zowel bij nacht als bij daglicht vanuit de lucht bekijken.  Een turbo lift brengt ons in een paar seconden naar de 124th Floor en eenmaal op het observatiedek kijken we onze ogen uit. Dit is zoo hoog en als je omhoogkijkt steekt er nog eens eenzelfde lengte de lucht in. We maken foto naar foto en zoeken naar markante punten als Palmeiland en de Burj al Arab. Maar, wat letterlijk het hoogtepunt van de vakantie had moeten worden veranderd in een dieptepunt als de lens van de D800 met een harde knal op het beton valt. Op de één of andere manier is de lens losgekomen en niet meer te gebruiken. We balen als een stekker maar hebben gelukkig nog een 2e groothoeklens bij ons. De dag is in ieder geval naar de knoppen en de show met de waterfonteinen aan de voet van de toren gaat aan ons grotendeels voorbij. Terug in het hotel besluiten we het voorval maar snel te vergeten en thuis de schade op te nemen.

Dag 3. Maandag 22 september, verblijf in Dubai.


Terug bij het beginpunt van de monorail regelt men als extra service een luxe taxi die ons naar onze volgende bestemming rijdt; de Dubai Marina. Deze kunstmatig aangelegde haven is omgeven door wolkenkrabbers en  is "the place to go"om te zien en gezien te worden op "The Walk", dé boulevard van Dubai. Hier komen toeristen en locals zich vermaken, zo schrijft het reisboekje. Het is op zich een leuke plek maar misschien is het nog wat te vroeg want het is er erg rustig. We lopen een paar kilometer langs het water, draaien om en besluiten naar de bekendste mall van Dubai te gaan, de Mall of the Emirates.

We hebben nog een volle dag in Dubai en er is nog zo veel te zien. We kopen weer een dagkaart voor de metro en stoppen bij de halte World Trade Center vanwaar we voor een paar euro de taxi nemen naar de Jumeirah Mosque, een moskee die met zijn 2 hoge torens van 70 meter tot de mooiste van Dubai wordt gerekend. Het is er rustig omdat de moskee vandaag helaas gesloten is. 

We wandelen wat door de tuinen en vragen de behulpzame taxichauffeur om ons naar de Madinat Jumeirah te brengen, de mall naast het beroemde Burj Al Arab hotel. De Indiër vertelt honderduit over de stad en zijn werk en hij laat ons nog wat openbare stranden zien voordat we stoppen bij de ingang van de Burj al Arab. We hebben geen reservering (gelukkig maar) en gaan ook niet op de high tea en kunnen het hotel dus slechts van een afstandje bekijken. Wat later staan we bij de mall en vallen weer in de volgende verbazing.
De mall is prachtig en lijkt onderdeel uit te maken van een schitterend resort waar bootjes de gasten rondvaren en waar vanaf het terras van een Costa-koffieshop een prachtig uitzicht is op de Burj Al Arab. We mogen helaas niet op het strand maar vermaken ons prima in de Soukh en op de buitenterrasjes van het complex.
De volgende halte is Palm Jumeira oftewel palmeiland, een legendarisch staaltje landwinning waaraan menig Nederlands baggerbedrijf jarenlang flink heeft verdiend. De palmbladeren zijn ondertussen bijna helemaal volgebouwd en er zijn hotels en resorts waarvan Atlantis de grootste is. We rijden met een monorail naar de uiterste punt van het palmblad en krijgen zo een goede indruk van de omvang van het project. In de verte doemt het  kolossale Atlantishotel op. Helaas voelt het bezoek aan dit mooie hotel een beetje als een koude douche; het aquariumgedeelte is erg duur en we mogen geen kijkje nemen bij het zwembad. Het aangelegen waterpretpark laten we links liggen en na een drankje in één van de vele fastfoodrestaurantjes bij de lobby lopen we terug naar de halte van de monorail. Achteraf hebben we spijt van het aquarium want thuis zien we op TV de omvang van de aquaria.

De rest van de middag snuffelen we hier wat rond. Ski Dubai valt tegen omdat er zo weinig van te zien is vanaf de buitenkant. Er omheen zijn een keur aan winkels en eettentjes en je kunt er gemakkelijk een paar uur toeven. Met een diner van een paar tientjes in de mall sluit de lange dag af en rijden we met de metro terug naar het hotel. De rit terug is het ineens een heel stuk drukker, er is haast geen bewegingsruimte in de metro.

Op de hotelkamer vieren we de dag nog met een bakkie koffie en komen tot de conclusie dat Dubai een stad is die je minstens één keer in je leven gezien moet hebben. Grotesk, over de top, noem het en het is zo!

Dag 4. Dinsdag 23 september, van Dubai naar Abu Dhabi.

De huurauto had om 9 uur afgeleverd moeten worden bij het hotel, het is inmiddels 10 uur en geen auto te zien. Na heel wat rondbellen met het verhuurbedrijf verschijnt dan eindelijk de man die de auto komt afleveren. Hij is verschrikkelijk zenuwachtig en snapt niets van de door ons al in Nederland afgesloten contract en probeert nog het een en ander aan de man te brengen. Hier trappen we niet in en dan eindelijk kunnen we om  11 uur gaan rijden. Dubai is een grote stad met druk verkeer en Rob maakt zich een beetje zorgen over hoe we de stad uit gaan komen. Op de gsm heeft hij nog snel een offline navigatieapp geïnstalleerd en dit helpt om op de Sheik Zayed Road te komen, de hoofdweg die ons in zuidelijke richting, tussen de hoge gebouwen door, de stad uit zal brengen. Emiraties rijden niet echt beheerst en op de 7-baans weg moeten we ogen op steeltjes hebben en ruim op tijd voorsorteren om de goede afslag te kunnen nemen.

Naarmate we steeds verder naar het zuiden afzakken wordt het verkeer iets rustiger. Na ruim een uur snelweg komen we in de buurt van Abu Dhabi en wordt het weer drukker. Het 5* Millenium Hotel ligt helemaal aan de westkant van de stad, tegen de kust aan. Wonder boven wonder rijden we er in 1 keer naartoe. Voor de deur van het hotel staat het vol met te dure auto's en de lobby is op zijn zachts gezegd chique te noemen, zo ook onze hotelkamer. De receptionist achter de balie geeft een paar goede tips en we besluiten naar de zee te wandelen voordat we een taxi nemen naar ons hoofddoel in Abu Dhabi, de Sheik Zayed Grand Mosque die helemaal aan de andere kant van de stad ligt.
De hitte van het middaguur dwingt ons weer snel de airco in rond 3 uur rijden we per taxi naar de moskee. De witte moskee biedt plaats aan 40.000 gebedsgangers en is de grootste moskee in de VAE Maar liefst 82 koepels en 4 minaretten heeft dit prachtige witte bouwwerk. In de moskee ligt het grootste tapijt ter wereld en de kroonluchters van goud en kristal maken zo veel indruk.

Anita heeft zich goed ingepakt en een sjaal omgedaan maar ze komt niet door de ballotagecommissie doordat de blouse bij haar polsen licht doorschijnend is en moet een abaya over haar kleding aan die overigens gratis wordt verstrekt. De moskee is een en al pracht en praal en rijkelijk versierd met bloemmotieven en mozaïeken. We maken dan ook de ene foto na de andere en als de lichten aangaan wordt het plaatje compleet.  Als we om 8 uur s-avonds terugkeren bij het hotel gaan we nog even snel naar de Pizza Hut voor een stevige maaltijd.  Morgen verlaten we de stad en rijden naar het binnenland.

Dag 5. Woensdag 24 september, van Abu Dhabi naar Empty Quarters / Liwa Oase (Hameem).

Vroeg in de ochtend checken we uit en rijden naar het vlakbij gelegen 6* Emirates Palace Hotel dat aan het water ligt. Helaas is het palace hotel pas rond 10.00uur open voor niet gasten en door onze korte broeken mogen we sowieso niet naar binnen. Dan rijden we naar Saadiyat Island waar we een kijkje willen nemen op het strand. Abu Dhabi is een hele nette stad maar op Saadiyat eiland dat grotendeels nog in ontwikkeling is, is alles hot en trendy. Achter een villawijk liggen parelwitte stranden waar entree betaald moet worden,  omdat we op doorreis zijn mogen we wel snel even kijken. Het moet er heerlijk toeven zijn.

We vervolgen onze route over het nieuw aangelegde Yas Island waar we een korte stop maken bij Ferrari World, het rode pretpark op het eiland. Voor het eerst tanken we de auto af voor…. 6 euro en via  het Aldar Headquaters Building, een grote schijf waarin kantoren zijn gevestigd rijden we Abu Dhabi uit. Het is een  indrukwekkend bouwwerk in een toch al indrukwekkende stad.


We verlaten Abu Dhabi aan de zuidkant en rijden over een lange tweebaansweg naar de Rub'al Khali-woestijn, beter bekend als Empty Quarters. Deze 1000 km lange en 500 km brede zandwoestijn is de grootste zandwoestijn ter wereld.  Je denkt dan aan afzien en zweten maar onze bestemming heeft een heel ander doel voor ogen. 2 nachten zullen we vertoeven in het 5* Qasr Al Sarab Desert Resort, een verwenkasteel dat qua schoonheid nauwelijks te bevatten valt.

Bij Hameen gaan we van de weg af en rijden een kleine 15 kilometer door vuurrode zandduinen als ineens de poort van het resort opdoemt. De omgeving is adembenemend mooi, een paar km verderop komen we aan bij het resort. Terwijl we de auto parkeren staat het personeel al voor ons klaar, laadt de koffers uit en leidt ons na de hoofdingang waar een in traditionele kleding gestoken portier ons begroet. Het resort ademt de sfeer uit van een kasteel uit een sprookje van 1000 en 1 nacht maar dan wel in de luxe uitvoering. De ontvangsthal maakt veel indruk door de stijl van decoratie en het uitzicht door de grote ramen. Na het welkomstdrankje worden we naar de kamer gebracht. De deur gaat open en we zijn er even stil van. Een grote kamer met een luxe badkamer met een heel groot bad, mooie meubels, een espressomachine en high tech verlichting. En dat in de meest verlaten plek op aarde!

We kijken uit op de woestijnresidentie van de Khalief die naast het resort ligt. Alles is hier gericht op ontspannen, luxe en vooral genieten van de rust en schoonheid van de zandwoestijn. Het ene moment beklim je zwetend een zandheuvel, het andere moment geniet je van het uitzicht met een cocktail. Daarbij is ieder plekje op- en in het resort smaakvol ingericht met grote potten en antieke prullaria, fonteinen en waterpartijen. Het diner wordt deze avond op chique gevierd maar helaas is de rekening  niet zo mals als het vlees. Och, voor 1 keer moet dit kunnen. 

Dag 6. Donderdag 25 september, verblijf in Qasr al Sarab resort (Hameem).

Hoewel Qasr uitnodigt om in volle teugen te genieten van het resort en het zwembad gaan we toch weer vroeg op pad om de omgeving te verkennen. We rijden vandaag over een 150 km lange weg dwars door de Liwa-oase. Aan beide zijden liggen farms waar allerhande gewassen worden verbouwd die water krijgen vanuit de ontziltingsinstallaties aan de kust. Het oogt erg groen en fris met palmbomen en grote akkers, en dat midden in de woestijn! Onze bestemming vanochtend is de Moreeb-duin die met 287 meter de hoogste is van Empty Quarter. De weg er naartoe leidt langs kleine boerderijtjes, zoutvlaktes en open mijnbouwpercelen. Eenmaal aangekomen bij de duin zien we dat er een soort recreatiegebied omheen is aangelegd. Een beetje een domper, en het is er ook nog eens akelig stil en verlaten.


De rit terug maakt weer veel goed als we rond het middaguur terugrijden naar "ons" kasteel om een duik te nemen in het zwembad en even bijkomen van de lange maar prachtige rit.
Zodra de zon begint te zakken pakken we de fototas en beginnen aan de klim de zandduinen op voor het resort. Het is nog veel te warm en Anita kiest ervoor om op lagere gronden te blijven. Rob trekt de heuvel op maar komt al snel uitgeleefd en uitgedroogd terug. De zonsondergang was de moeite waard maar heeft een paar litertjes zweet gekost. Reden genoeg om het ruime bad te testen. Wij zijn niet gewend om in 5 sterren hotels de vakantie te vieren en het is dan ook genieten in volle glorie. Qasr al Sarab is een droombestemming die we nooit zullen vergeten.

Dag 7. Vrijdag 26 september, van Qasr al Sarab (Hameem) naar Al Ain.

We kijken nog een paar keer achterom als we na het ontbijt afscheid nemen van het resort. Een rit van 300 km brengt ons vandaag via Abu Dhabi naar Al Ain, een oasestad aan de grens met Oman waar de enige berg van de VAE te vinden is. Onderweg passeren we het piramidevormige Emirates National Auto Museum en we besluiten te stoppen. Voor een klein bedrag mag je er naar binnen en het is zeer de moeite waard. De privéverzameling auto's van Sheikh Hamad Bin Hamdan Al Nahyan is zeer exclusief te noemen want binnen staan meer dan 200 zeldzame auto's uitgestald, van Mercedessen met gouden spiegels tot de grootste truck ter wereld en een keur aan Amerikaanse oldtimers. Alles blinkt en glimt binnen en buiten staan ook nog eens de grootste caravan ter wereld en een tot 4 keer uitvergrootte Landrover- en Willys Jeep.

We vervolgen de weg naar Al Ain, eenmaal in de stad is het weer wel even wennen aan de drukte. Met wat omzwervingen komen we aan bij het Danat Al Ain Resort aan de oostkant van de stad. In de lobby is het weer veel pracht en praal en deftige gasten. Met de kamer is niks mis maar helaas voor ons is er die avond een dancefeest in de grote tuin bij het hotel. We krijgen  vrije toegang met drankjes maar zoals we gewend zijn slapen we te vroeg om iets van het feest mee te krijgen.

Die avond eten we op het terras bij de Engelse pub een eenvoudige maaltijd en liggen inderdaad vroeg op bed. Maar van slapen komt helaas weinig terecht. Zodra we liggen barst het feest in volle omvang los en doen we dus geen oog meer dicht. Om 3 uur s 'nachts loopt Rob naar de manager om verhaal te halen. Juist op dat moment stopt het feest en kunnen we nog een paar uur slapen.



Dag 8. Zaterdag 27 september, verblijf in Al Ain.

Al die tijd in de VAE hebben we nog geen politieauto gezien. De mensen zijn vriendelijk en lijken geen criminaliteit te kennen. Toch doen we een slechte ervaring op bij de kamelenmarkt van Al Ain. Ondanks de waarschuwingen van Anita  laat Rob zich verleiden om binnen de hekken van een kooi de kamelen te fotograferen. De op het oog aardige eigenaar maakt zelfs nog wat foto's van ons. Och,  laat het eens een paar dirham kosten… De boeven slagen echter in hun opzet als ze ons samen met een paar handlangers insluiten tussen de hekken. Ze eisen 10 euro per persoon en na een snelle inschatting komt Rob tot de conclusie dat er geen andere keus is dan het verlies voor lief te nemen. Met een volle tas aan camera's en teveel mankracht aan de kant van de kamelenverkopers  wordt het een ongelijke strijd. Kwaad op onszelf en vol ongeloof rijden we weg bij de markt. We rijden naar de berg Jebel Hafeet die 1340 meter hoog is en 15 km van het centrum afligt. Het nabij gelegen park valt tegen maar de rit de berg de berg op is echt de moeite waard.  Bovenop de berg is een plateau met eettentjes en met een colaatje en een licht briesje denken we nog even terug aan de kamelenmarkt.


Het is ondertussen alweer bijna middag als we de stad inrijden en stoppen bij het Al Ain Palace Museum, ook wel het  Sheik Zayed Palace Museum genaamd. Deze sjeik woonde in het paleis van 1937 tot 1966 en de vertrekken laten zien hoe men in die tijd woonden aan het hof. Door de restauratie lijkt het paleis wel nieuw. Aan de andere kant van de oase die overigens midden in de centrum ligt bezoeken we het National Museum dat maar weinig  voorstelt. Hierna vertoeven we nog even in de dadeltuinen van de oase. Misschien is het gewoonweg weer te heet want we rijden al snel terug naar het hotel en brengen de rest van de middag door in de mooie tuin en op de kamer, iets wat we normaliter nooit zouden doen. Door de trammelant met het feest hebben we echter een upgrade gekregen naar één van de suites van het hotel met grote bankstellen, 2 badkamers en een jaccuzi. Wat een mooi gebaar van de hotelmanager.

Die avond eten we de beste Indiase maaltijd ooit en genieten we van de luxe van de suite. Och, we zijn het feest  alweer vergeten en kijken terug op een aangenaam verblijf in Al Ain. 


Dag 10. Maandag 29 september, verblijf in Muscat.

Wat is er nou leuker dan wakker worden naast het strand in een hutje van palmbladeren? Gelukkig zit er wel een airco in want die was vannacht hard nodig. Stipt om 8 uur wordt de huurauto afgeleverd bij de hotelreceptie, we schrikken van de omvang van het beest, een Toyota Landcruiser V8 4 liter met veel ruimte.
De eerste stop is bij de Sultan Qabous Grand Mosque, een gigantisch marmeren complex aan de westkant van de stad. Het is best een stuk rijden en met de grote Toyota is het even wennen aan het drukke verkeer. We zijn weer blij met de navigatie op de telefoon, zo dwars door de stad. De Moskee werd in 2001 geopend en is een stuk strakker uitgevoerd als de moskee die we eerder bezochten in Abu Dhabi. Een paar uur zijn er wel nodig om de Moskee te bezichtigen want vooral binnen is heel veel te zien waaronder grote kristallen kroonluchters, prachtige tapijten en kleurrijke raampartijen.


Dag 9. Zondag 28 september, Van  Al Ain naar Dubai, vertrek naar Oman.

We zijn alweer een volle week in de VAE. Vanmiddag vliegen we vanaf Dubai naar Muscat, de rit naar Dubai Airport is vanuit Al Ain maar 150 km. We maken een korte stop bij de Hili Archeological Gardens waar cirkelvormige graven  uit het 3e millennium v. Chr. te zien zijn. We vliegen om half vier en moet 3 uur eerder op het vliegveld zijn. Eenmaal terug in Dubai rijden we alweer snel in te druk verkeer maar we bereiken Terminal 1 van het vliegveld zonder kleerscheuren. We leveren de huurauto in en maken het resterende geld op.

Vanuit de terminal hebben we een schitterend uitzicht over het vliegveld waar de megagrote Airbussen af en aan vliegen. We gaan aan boord van het kleine verkeersvliegtuig van Oman Air dat opstijgt in westelijke richting waarna met een 180 graden bocht koers Oman wordt gezet. Het uitzicht over de stad is nog een kers op de taart, we vliegen precies over de Burj Khalifa heen.


De vlucht duurt kort en ons nieuwe avontuur begint als we worden opgevangen in Muscat door de chauffeur die ons naar het Oman Dive Center zal brengen. Het is een rit van 45 minuten dwars door de hoofdstad en de chauffeur rijdt bewust via Mutrah om ons zo alvast wat van de bezienswaardigheden aan te wijzen.

Het Oman Dive Center ligt een paar kilometer buiten de stad en heeft behalve leuke huisjes bij het strand ook een duikcentrum. Het duiken bewaren we voor het einde van de vakantie als we hier weer terugkomen. Morgenvroeg wordt de 4x4 afgeleverd bij het resort en kunnen we een volle dag besteden in Muscat. Het eten in buffetvorm is bij het Oman Dive Center hemels lekker en op het terras is het gezellig toeven met een pilsje of een ijsje.

Vanaf de Moskee rijden we naar Muttrah en parkeren de auto op een publieke parkeerplaats vlakbij het paleis van de Sultan. Het paleis wordt geflankeerd door de 2 Portugese forten Jalani en Mirani die helaas niet open zijn voor het publiek. Hetzelfde geldt natuurlijk  voor het paleis waar we tot voor aan de poort kunnen komen. Het is een flink paleis met grote witte overheidsgebouwen er omheen.
Na een half uurtje rijden we terug  naar het oude Mutrah, stallen de auto op een parkeerplaats buiten het centrum omdat overal parkeermeters staan en we geen muntjes hebben. Het valt op hoe schoon het overal is als we langs het water richting de Mutrah Soukh lopen. Bij een eettentje gaan we naar binnen en we zouden zomaar eens de allereerste toeristen kunnen zijn want het lijkt wel of we van Mars zo worden we aangestaard. Een hapje eten durven we niet aan maar 2 colaatjes gaan er wel in na de hitte van buiten.

In de haven ligt Al Said, het peperdure privéjacht van de Sultan. Maar liefst 155 meter aan luxe ligt werkeloos in de haven, in schril contrast met de houten bootjes op de voorgrond.  Het schip staat in de top 5 van meest luxe jachten ter wereld en wordt gerund door een compleet leger aan medewerkers.

De Soukh gaat pas om 4 uur open en dus rijden we terug naar het Oman Dive Center om ons voor te bereiden op de tocht van morgen naar het binnenland. We genieten van de rust want er zijn nauwelijks gasten. Op het strand wordt echter een groot podium opgebouwd omdat er een groot feest met dans en muziek georganiseerd wordt. Vooral van het laatste veel te hard, tot diep in de nacht. Gelukkig hebben ze goede zangers en zangeressen ingehuurd en we luisteren maar mee naar de Spaanse muziek.

Dag 11. Dinsdag 30 september, van Muscat naar Jebel Al Akhdar.

Het is 275 km van Muscat naar het "dak van Oman", het Saiq Plateau. We rijden eerst helemaal terug richting het vliegveld om dan af te buigen naar het Zuiden. Het is leuk rijden, de omgeving is mooi met al die bergen.
Via de oase Birkat Al Mauz komen we aan bij het checkpoint waar ze controleren of de auto een 4WD is want de weg is niet toegankelijk voor normale personenauto's. We volgen een lange, steile maar erg mooie bergweg naar Jebel Al Akhdar. Na een kleine zoektocht vinden we het Sahab Hotel dat ligt op 2500 meter hoogte en uitkijkt over een diepe kloof. Het hotel heeft  een mooie tuin, zwembad en jacuzzi. Onze kamer heeft een groot terras vanwaar we een prachtig uitzicht hebben op de kloof. In de kloof kun je de kleine dorpjes Al Ayn en Al Aqur zien liggen. De dorpsbewoners verbouwen er granaatappels en druiven op terrasvormige plateau's die tegen de steile berghellingen aangeplakt lijken.

Het uitzicht houdt ons lange tijd op het dakterras en na een soepje en de dagelijkse koffie gaan we op weg naar Wadi Bani Habib Village, een verlaten dorp met lemen huisjes omgeven door mooie natuur.  Een man waarschuwt ons voor instortingsgevaar, we gaan daarom maar niet al te diep het dorp in. Op de terugweg lijkt de trap die ons de Wadi inbracht ineens 2x zo lang en we puffen uit bij een irrigatiekanaaltje.  Met de airco op standje hoog in de auto rijden we naar Al Ayn, één van de dorpjes in de kloof. De tijd lijkt er  stilgestaan te hebben, nauwe straatjes, oude huisjes met stalletjes geitjes en moestuintjes. Er loopt een wandelroute tussen de dorpjes maar het is simpelweg veel te heet zo midden op de dag.

Terug bij het hotel wordt het zwembad getest. Bovenop de berg is het lekker koel en het zwembadwater is dan ook ijskoud. Maar met het zonnetje erbij is het vooral genieten van de rust, de tuin met mooie vlinders en bloemen en het uitzicht op de kloof.


Om een uur of vier rijden we Al Hamra uit en klimmen de berg op naar The View, onze slaapplaats voor vannacht. Een 8 km lang zandpad brengt ons naar 1400 meter hoogte waar de ingang van het complex ligt. Als we aankomen staan 2 Omani's in traditionele kleding ons al breedlachs op te wachten, leiden ons de lobby in en serveren een soort thee met zoete dadels. De manager stelt zich persoonlijk voor en heeft een kleine verrassing omdat er bijna geen gasten zijn; we krijgen een gratis upgrade naar de mooiste kamer. Gelukkig worden de koffers gebracht want het is een hele lange wandeling naar het uiterste hoekje van het  complex. De tenten die er eerst stonden hebben plaatsgemaakt voor hagelnieuwe huisjes die er aan de buitenkant ietwat somber uitzien. Zodra de deur echter opent treedt je een paradijsje binnen. De kamer is heel modern ingericht sfeervolle verlichting, een grote badkamer en een ligbad met uitzicht over de kloof. De voorzijde van het huisje is geheel van glas met aansluitend een terras. Het uitzicht is adembenemend, je kijkt er zo een kilometer naar beneden op Al Hamra en de omliggende dorpjes. Met een bakkie genieten we van het uitzicht op het terras en als de lichtjes in de dorpjes langzaam aangaan wordt het uitzicht alsmaar mooier en mooier. Wat heb je verder nog nodig!
Dag 12. Woensdag 1 oktober, van Jebel Al Akhdar naar het berggebied Jebel Shams.

We nemen bewust  vroeg afscheid van het mooie Sahab Hotel om naar het ruige berggebied van Jebel Shams te rijden. Vandaag zal de 4-wielaandrijving aan het werk moeten. In Al Hamra slaan we bij een kleine supermarkt nog snel wat proviand in, het kost er bijna niets! Bij Wadi Ghul houdt het asfalt op en klimmen we een bergpad op vol kuilen en bulten. Het uitzicht maakt veel goed en de Toyota geeft geen krimp. De motor brult als een leeuw en de stoelen zijn zo goed dat we nauwelijks merken dat we soms flink moeten crossen om boven op een bult te komen. Op 2000 meter hoogte staan we dan ineens boven op het plateau en kijken een kilometer de diepte in van de Grand Canyon van Oman. Hij heeft wel iets weg van zijn grote broer in Arizona maar is toch aanzienlijk kleiner. Een stukje verderop staan wat kleine huisjes waar een mooie wandelroute moet liggen tegen de wanden van de kloof aan (de Balkony Walk). Het beginpunt is lastig te vinden, er zijn geen toeristen en de plaatselijke bewoners spreken geen Engels. Op geluk beginnen we aan de wandeling die snel eindigt in een rustpauze onder een overhangende steen. Man man, drijfnat van het zweet draaien we om, terug naar de koelte van de auto. Tot nu toe hebben we nog niet veel gewandeld wat eigenlijk wel jammer is. Maar hier bij de kloof is het een stuk warmer dan gisteren op de berg.  Terug in Al Hamra gaan we op zoek naar het dorpje Misfah al Abreen dat ten noorden van het dorpje moet liggen. Op weg ernaar toe trekken wolken zich samen en verschijnen er zowaar regendruppels op de voorruit. Als we het dorpje bereikt hebben regent het best hard en Anita gaat alleen het dorpje in. Na een tijdje komt ze terug en baalt ze dat het regent want beneden in het dorp lijkt de tijd te hebben stilgestaan en wisselen smalle steegjes en groene palmen elkaar af.


Het diner is door de weinige gasten eenvoudig maar smaakvol. Morgen is het er gedaan met de rust en zal het resort nokvol zitten met gasten die het offerfeest vieren met een weekje vakantie. Als je een rondreis maakt door Oman bent dan mag The View niet op het lijstje ontbreken! Zo'n uitzicht vanuit je bed, terras of badkamer zul je nergens anders kunnen vinden. Wij vonden het in ieder geval heel speciaal.


In de buurt van Ibri (naar het Westen) liggen de dorpjes Bat en Al Ayn. Op de snelweg naar Ibri slaan we af bij een tankstation en rijden over een verharde weg door dorpjes en langs drooggevallen riviertjes. Na een klein half uurtje rijden zien we de berg Jebel Misht opdoemen, één van de mooiste bergen van Oman. Op de voorgrond is een glimp te zien van de Beehive Tombs, ronde stenen grafkamers van 3000 jaar voor Christus. We zien nergens bordjes en rijden op goed geluk een paadje in dat eindigt in een droge rivierbedding met grote stenen en gravel. We rijden de rivier in tot we een paadje zien dat naar de tombes leidt. Het is rond het middaguur, er is nergens schaduw en bezweet ploeteren we ons naar boven. De tombes zijn opgebouwd van leisteenachtige platen, het is er muisstil en er hangt een apart sfeertje. De tombes steken mooi af tegen de bergwand op de achtergrond. Lang houden we het in de hitte niet vol en zitten daarom alweer snel in de Land Cruiser richting Nizwa. Het Falaj Daris Hotel moet aan het begin van de stad liggen maar door wegwerkzaamheden is het lastig om er te komen. Het is best een aardig hotel met een mooi zwembad en nette kamers. Een duik in het zwembad is een goede tijdsbesteding van de rest van de middag. Voor het diner gaan we naar een pas geopende Pizza Hut omdat een buffetmaaltijd in het hotel niet iedere dag lekker is.

Dag 13. Donderdag 2 oktober, van Al Hamra naar Nizwa.

De afstand tussen Al Hamra en Nizwa is niet zo groot maar er staat best veel op het programma vandaag. In Al Hamra bekijken we het wijkje met de verlaten lemen huizen, midden in het dorp . Het Bait Al Safah museum is zo vroeg in de ochtend nog niet open maar gelukkig is het lemen spookstadje een mooie plek om te wandelen en te fotograferen.
Niet ver van Al Hamra ligt de oase Bahla waar een prachtig fort te bezichtigen is. Ook zijn er nog resten te zien van de grote muur die de oase vroeger beschermde en omsloot. Het fort is groot maar helaas binnen weer niet te bezichtigen. Het staat immers niet voor niets op de Wereld Erfgoed lijst van UNESCO. Er een rondje omheen lopen is geen optie en we rijden snel door naar Jabrin waar Jabrin Castle wel te bezichtigen is. Eigenlijk is het geen fort maar een versterkt kasteel dat stamt uit de 17e eeuw en nog niet zo lang geleden gerestaureerd is. Vooral de houten plafonds zijn door de oorspronkelijke beschildering de moeite waard maar eigenlijk is het hele kasteel een reis terug in de tijd omdat het de sfeer uitademt van toen en een goed beeld geeft hoe de rijken in die tijd leefden.


Op de geitenmarkt is het een drukte van jewelste. In een grote cirkel tonen de marktkooplui hun geiten, schapen en runderen, eromheen wordt druk gehandeld. We zien bedoeïenen vrouwen met de snavelmaskers die kennelijk goed zijn in onderhandelen.  De markt nodigt uit om mooie portretfoto's te maken maar het is er zo druk dat je wel een goed plekje moet zien te vinden. O ja, en soms breekt er wel eens een dolle stier los dus uitkijken geblazen!
De markt loopt ten einde en we willen terugrijden naar het hotel om te ontbijten en uit te checken. De parkeerplaats in ondertussen veranderd in een kluwen pick-ups en auto's waardoor we geen meter voor of achteruit meer kunnen. Ook een vriendelijke politieman ziet geen kans hier iets aan te veranderen. Gelukkig lost het probleem zich vanzelf op en met veel getoeter en gezwaai komen we uiteindelijk weer op de doorgaande weg.
Na het ontbijt rijden we terug om het grote fort en de naastgelegen Soukh te bezoeken. We kiezen een parkeerplek uit op een strategische plek en beklimmen de grote ronde geschutstoren van het fort. In de Soukh lijkt de tijd te hebben stilgestaan en vooral de winkeltjes met de traditionele Omani Khanjars, de zilveren kromme dolken, zijn mooi om te zien.
Dag 15. Zaterdag 4 oktober, van Desert Safari Camp naar Ras al Jinz.

Afgelopen nacht was het best koel in de woestijn. En als je dan wakker mag worden als de zon net over de duinen komt besef je hoe bijzonder het is om hier te mogen logeren. We schieten nog wat foto's van de kamelen die vanochtend alleen op stap zijn en rijden in colonne terug naar de verharde weg. Het spoor is ondanks de wind nog goed te volgen.

Bij het pompstation tanken we weer eens voor een paar euro en laten de banden terug op spanning brengen. Het is vandaag best een lange rit (325 km) naar het Arabisch Schiereiland waar we hopelijk zeeschildpadden gaan zien als ze aan land komen om eieren te leggen. We overnachten bij het Ras al Jinz Turtle Reserve en gaan mee met 2 begeleide tours, één om half 10 s'-avonds en één om half vier s'-nachts.

Een half uur rijden van Minitrib slaan we linksaf naar de Mukhal Pools en Cave. Na een klim van 35 km over een goed geasfalteerde bergweg arriveren we bij een redelijk volle parkeerplaats. Het is vakantietijd in Oman waardoor het de komende week overal een stuk drukker zal zijn. Als we geweten hadden van de turquoise poelen dan hadden we onze zwemkleding wel aangetrokken. Nu kunnen we slechts toekijken vanaf het terras bij het restaurant hoe de lokale bevolking baddert in het diepblauwe water die omgeven zijn door palmbomen. Wel jammer dat sommige mensen hun vuil niet opruimen, iets wat we nog vaker gaan zien op plaatsen waar recreatie is.Het is in ieder geval een heerlijke plek voor een lunch en een middagpauze. Op de terugweg zien we her en der slachtafval liggen, het is vandaag geen goede dag voor schaapjes en geitjes.


Om 11:00 keert de rust weer terug in het centrum en het is voor ons een mooi tijdstip om op weg te gaan naar Mintirib, een autorit van ongeveer 275 km. Onderweg is er weinig te zien en na een korte stop voor een ijsje slaan we af bij de Shellpomp in het dorp. Zoals het reisprogramma al aangaf worden we meteen aangesproken door jeugd die onze banden wel even leeg wil laten lopen. We gaan vanmiddag immers met de Toyota een kleine 30 kilometer de zandduinen in. Het kantoortje van het Safari Desert Camp ligt tegenover het tankstation. De Indiase man schrikt wakker uit zijn slaap als we ons melden in het kantoortje, zijn haardracht verraad hem. Het is nog even wachten op andere gasten voordat we in kolonne de woestijn in rijden. In het dorp is het een sport om vooral zo hard mogelijk te scheuren met de jeeps, liefst met gierende banden. Als enkele Indiase families dan eindelijk zijn aangekomen vertrekken we onder begeleiding van de bedoeïenen de zandduinen in. De tocht is 27 km lang en ze hebben haast om bij het kamp te komen. De rit is er niet minder mooi om, we crossen over hoge zandheuvels en tussen de duinen door. Zo af en toe steekt er een verdwaalde kameel over en na 3 kwartier komen we aan bij het kamp waar een hartelijke ontvangst volgt met thee en dadels. Het huisje waar we  slapen ziet er aan de buitenkant maar saai uit. Binnen blijkt het echter een traditionele bedoeïenentent te zijn met een groot bed en een badkamer in de buitenlucht. Niks mis mee en al helemaal niet met het behulpzame personeel in het kamp.

De dag loopt op zijn einde en de bedoeïenen nemen ons mee met de Jeep om bovenop de duinen de zon te zien ondergaan. De duinen lijken ineens in brand te staan en de contouren laten zien dat deze zandbak enorm groot moet zijn.
Terug in het kamp chillen we nog wat in een bedoeïenentent waarbij we toch maar even onder de kussens kijken of er geen schorpioenen zitten. Om half 8 staat er een uitgebreid buffet klaar en de barbecue ligt vol met grote spiesen schapenvlees. Het smaakt voortreffelijk.



Dag 14. Vrijdag 3 oktober, van Nizwa naar Wahibi Sands - het Safari Desert Camp in Mintirib.

Vandaag verlaten we het hooggebergte en trekken naar de Wahibi Sands, bekend om de hoge duinen (tot wel 200 meter) met prachtige rode en gele kleuren, ontstaan door een combinatie van woestijn- en zeezand dat vanuit de oostkust de woestijn in waait. Het woestijnlandschap beslaat een oppervlakte van maar liefst 16000 vierkante kilometer en wordt bewoond door nomadische bedoeïenen. Maar niet voordat we het centrum van Nizwa hebben bekeken. Morgen start het offerfeest (Eid Al Adha) en op de eerste dag van het Offerfeest slacht iedere moslim die er geld voor heeft een schaap, geit, koe of kameel.  Vandaag is het vrijdag en de beroemde geitenmarkt zal extra druk bezocht worden vanwege het feest. Vroeg voor het ontbijt rijden we het centrum in en zien al snel dat het megadruk is vanwege de geitenmarkt. Tja, en waar gaan we dan onze tank parkeren?  We gooien de handschoen in de ring en rijden de grote parkeerplaats op voor de markt. Laat er nou nog net 1 krap parkeerplaatje over zijn.


Sur blijkt best een grote stad te zijn maar we vinden de kustweg naar Ras Al Jinz waarlangs genoeg te zien is. Niet veel later komen we aan bij het Turtle Reserve en krijgen de sleutel van een kamer boven de lobby. Het kleine raampje kan helaas niet open maar er is gelukkig wel een een goed werkende airco. Hard nodig want buiten is het 40 graden.
De kamer nodigt niet echt uit om lang te blijven en we rijden naar het vissersdorpje Al Khabbah, iets verder naar het Zuiden. Alsof ze een vliegende schotel zien, zo lijkt het als we door het dorp rijden. Een haventje vinden we niet, wel mooie kliffen met uitzicht op de zee. De zeeschildpadden komen vrijwel overal aan land aan de Oostkust. De stranden zijn niet beschermd en de lokale bevolking heeft een eeuwenlange traditie om schildpadeieren te eten. We zien hier en daar wel sporen op het strand, alsof er iets is uitgegraven. Jammer dat slechts een klein gedeelte (het Turtle Reserve) beschermd is. En ook hier haalt slechts 10% van de jonge schildpadjes de zee. De rest wordt opgegeten door vogels, vossen en krabben die ze stuk voor stuk als lekkernij beschouwen.

Het is druk in het Reserve maar het restaurant doet er niet voor onder. Het buffet is goed verzorgd en we hoeven de deur niet uit. Ondertussen loopt de lobby alsmaar verder vol met toeristen die hun best doen nog een toer te boeken. Als gast van het Reserve heb je voorrang wat een groot voordeel blijkt te zijn. Om half 10 melden we ons voor de eerste tour. Het is veel te druk in de lobby met vooral gezinnen met krijsende kinderen. Uiteindelijk rijdt een busje ons naar het strand waar de gids uitleg geeft over de Groene Zeeschildpad die vanuit de Indische Oceaan hier aan land komt. Gelukkig zijn we met een klein groepje. Helpers checken ondertussen of er al activiteit is. In de maanden juli en augustus komen de schildpadden soms wel met tientallen tegelijkertijd aan land, in oktober zijn het er een stuk minder. Daar staat tegenover dat er wel een kans is om de jonge schildpadjes uit de grond te zien komen. Het strand lijkt wel een slagveld uit de Eerste Wereldoorlog vol kuilen en bulten. We mogen het strand pas op als een schildpad klaar is met het graven van de kuil en in trance eieren aan het leggen is. Eén van de helpers spot een schildpad die de kuil al aan het dichtgooien is en we gaan er in een cirkel omheen staan. Precies voor onze neus krabbelen er ineens kleine schildpadjes rond, in een race naar het water. Een van die beestjes loopt bij Anita over haar voeten en Rob heeft het geluk dat precies voor hem een paar schildpadjes uit de grond komen. Rob ziet ook nog een schildpadje voor pampus liggen en hij raapt het op en brengt het naar het water. Wie weet komen we deze rakker over een paar jaar weer tegen in Egypte!

Wij zagen al eerder zeeschildpadden in Costa Rica en in Mexico (Tulum) maar dat waren altijd volwassen vrouwtjes. Die kleintjes zijn toch wel erg leuk.Terug bij het hoofdgebouw duiken we snel het bed in want om half 4 staat de 2e tour op het programma waarbij we mogen fotograferen. Ook dan hebben we weer geluk want we zien een forse moeder terug kruipen de zee in. Een aantal kleintjes worden door de gids net voor de waterlijn losgelaten. De meesten gasten gaan terug met het busje voor het ontbijt maar wij blijven hangen voor de zonsopkomst die ronduit schitterend is.

Terug op het resort krabbelen we onszelf nog maar eens goed achter de oren. Wel zonde dat we niet helemaal tot bovenaan zijn gekomen want de scenery in de wadi is prachtig. Het zwembad met uitzicht op zee stemt ons echter snel beter en de dag loopt alweer op zijn einde. Het diner is eenvoudig, het personeel te verlegen maar och, morgen zijn we weer bij het Oman Dive Center en daar is het eten goddelijk.

Dag 16. Zondag 5 oktober, van Ras al Jinz naar Tiwi.

We gaan alweer de laatste week van de vakantie in en rijden vandaag een ritje van 125 km naar Tiwi. In Sur stoppen we nog even bij de vuurtoren voor een mooi overzicht over de haven. Aan de overkant van de brug is een scheepswerf waar nog traditionele houten schepen gebouwd worden. Na een kleine zoektocht (het staat niet aangegeven) lopen we een poort in en staan ineens tussen de grote houten karkassen van de Dhows zoals ze genoemd worden. Helaas is de werf door het offerfeest verlaten. Op weg naar Tiwi passeren we Qalhat waar de tombe van Bibi Miriam langs de snelweg staat. Deze tombe en een waterreservoir zijn nog de enige overblijfselen van een oude stad die door de Portugezen in 1503 verwoest is. We kunnen Bibi's graf helaas niet van dichtbij bekijken want de boel is gesloten wegens restauratiewerkzaamheden… We rijden door en passeren Wadi Tiwi en Wadi Shab, 2 kloven die we morgen gaan bezoeken. We checken in bij het Wadi Shab Resort en nemen het advies aan om in verband met de drukte morgenvroeg naar Wadi Shab te gaan. Het is beter om vanmiddag naar Wadi Tiwi te rijden, vlakbij het resort.


Wadi Tiwi is net als Wadi Shab een kloof omringd door hoge bergen die uitkomt op zee. In Wadi Tiwi liggen echter een paar kleine dorpjes tegen de bergwand aan, omgeven door groene akkertjes en poeltjes die met elkaar verbonden zijn door een netwerk van kunstmatige kanaaltjes. Er loopt een 15 km lange weg landinwaarts die bij het dorpje Harat Bidah flink versmalt en tussen de oude huisjes en hoge muren door kronkelt. Als we even later de wadi inrijden gaan we bijna op onze snufferd omdat het water op de weg zorgt voor algen op het wegdek. Vol goede moed beginnen we te klimmen op het smalle maar vooral steile pad. De Toyota brult als een leeuw en moet flink werken. Hier en daar staan ook nog auto's schots en scheef geparkeerd en na een paar nauwe haarspeldbochtjes wordt  de weg zo steil en smal dat Anita uitstapt en aangeeft dat het maar beter is om rechtsomkeert te maken. De Land Cruiser is even iets te groot om ons door de smalle straatjes te wringen. Op een vlak stukje kunnen we eindelijk keren en rijden terug naar beneden, de Wadi uit. We maken nog wel een stop bij een poeltje waar locals hun auto's poetsen. Onze huurauto had bij aflevering door het verhuurbedrijf al wat schaafwonden, we weten nu waardoor dat komt!


Dag 17. Maandag 6 oktober, van Tiwi naar Muscat - Oman Dive Center.

De aardige receptionist van Wadi Shab Resort had ons getipt om heel vroeg naar Wadi Shab te rijden omdat het vakantie is en er dus veel locals en expats zullen zijn. Parkeren wordt dan lastig en we rijden daarom om 8 uur al naar Wadi Shab dat zowat om de hoek ligt.

Wadi Shab is een prachtige kloof die uitkomt in zee en bestaat uit een verzameling turquoisekleurige poelen en watervallen, omgeven door hoge kliffen. In 2012 was Wadi Shab zelfs gastheer voor de Red Bull Cliff Diving World Series. Het hoogtepunt van deze wadi is een kleine grot die je bereikt na een flinke klim over grote stenen, langs poeltjes en irrigatiekanalen. Aan het einde moet je een paar poelen overzwemmen om bij de grot te komen. De boekjes rekenen 40 minuten voor de wandeling vanaf de bootjes naar de grot maar dat is toch gezien de hitte wel erg krap gerekend.

Er is op dit tijdstip gelukkig nog ruimte om te parkeren bij de bootjes en voor een euro vaart een bootsman ons over naar het beginpunt van de wandeling. Ook al is het nog vroeg, het is buiten de schaduw van de kliffen al best warm. Het eerste stuk gaat vlotjes maar als het wandelpad overgaat in een smalle kloof vol met kleine, grote en hele grote keien wordt het pittig. Wandelen wordt klauteren en we smokkelen wat door op de rand van de betonnen irrigatiekanalen te gaan lopen. Uiteindelijk kunnen we niet meer verder of we moeten door het water, met de camera's in de rugzak geen optie!

Het gaat mis als Rob uitglijdt over de gladde ronde stenen en hij zijn zonnebril afschrijft. Anita blijft noodgedwongen achter bij de tassen en Rob zwemt met de Gopro via de poeltjes naar de grot toe. De laatste poel eindigt in een smal stuk met metershoge wanden zonder enig houvast. Net voor de grot besluit Rob om te draaien en als hij een paar grote keien over moet klimmen om van het ene naar het andere poeltje te komen maakt hij een flinke  smakker met een paar schaafwonden tot gevolg. Je moet er dus wat voor over hebben, de trouwe Teva's blijken trouwens niet het beste schoeisel voor zo'n natte klautertocht.

We lopen langzaam terug naar het startpunt van de Wadi met een paar verplichte stops om op adem te komen en af te koelen. Een duikje in een felblauw poeltje is dan geen straf. In de kloof is het nu een stuk drukker geworden met mensen die koelboxen en barbecues naar boven sjouwen. Het laatste stuk van de wandeling ligt vol in de zon.

Het resort was zo aardig om tot 12 uur de kamer aan te houden, we frissen even op, drinken een bakkie en beginnen aan de laatste etappe van de rondreis. Op naar Muscat!

Het is eigenlijk 1 rechte snelweg tot aan Muscat maar wel een mooie route met veel bergen en zo af en toe een blik op de zee. We maken nog een korte stop bij het Bimah Sinkhole in het Hawiyat Najm Park. De krater is ontstaan door het inzakken van de leembodem.  Ook hier is het druk en warm maar je zou er leuk kunnen zwemmen.

Anderhalf uur later doemen de voorsteden van Muscat op en zijn we weer bijna terug bij het startpunt van de rondreis. We hadden nog via Wadi Mayd een stuk offroad kunnen rijden maar willen eigenlijk snel  naar het strand. We tanken de Toyota voor de laatste keer vol en rijden even later de parkeerplaats op van het resort.

We weten even niet wat we zien; de parkeerplaats staat bomvol auto's en er is geen plekje vrij om te parkeren. Een gedeelte van het strand is voor publiek toegankelijk en het ligt er als haringen in een ton. Voor de huisjes is het gelukkig  lekker rustig en de hut die wij toegewezen krijgen is rustiger gelegen en ruimer als die van een week geleden.  Het avondeten is zoals we eerder al aangaven van grote klasse.


Dag 18 t/m 21. verblijf Oman Dive Center in Muscat.

Vrijdagnacht vliegen we terug naar Nederland maar niet voordat we gesnuffeld hebben aan het  onderwaterleven in Oman. Het Oman Dive Center is het oudste duikcentrum van Oman en in combinatie met het resort een prima uitvalsbasis voor de komende dagen.

Anita besluit om niet te gaan duiken en Rob checkt in bij het duikcentrum waar duikgids Matthias hem op weg helpt met de duikuitrusting. Behalve onze maskers hebben we dit keer niets van thuis meegenomen. Het duikcentrum vaart dagelijks om 09:00 uit voor 2 duikjes met de boot. Vandaag gaat men naar het wrak van de Al Munasir, een 84 meter lang wrak dat in 2003 bewust is afgezonken als kunstmatig rif. Matthias heeft enige moeite om het wrak te vinden omdat de plaatselijke vissers telkens de boei weghalen.

Aan boord zijn enkele beginners en een leuk Nederlands gezin dat speciaal naar Oman is gekomen om een weekje te duiken. We springen overboord, het zicht is redelijk maar er zit wel veel zweefvuil in het water. Op weg naar het wrak komen we al veel vis tegen. Het wrak is best aardig met heel veel vis en mooie openingen om door het wrak heen te zwemmen. De maximale diepte is 27 meter en er staat nauwelijks stroming.Na een korte pauze van een uur maken we nog een lange duik langs een wand. Er groeien voornamelijk softcorals, fel paars van kleur en er zit ook behoorlijk wat vis. Ook de Speckled Murene die we al eerder zagen in de Malediven zit hier in grote getalen.


Het is net 2 uur geweest als de boot weer aanlegt aan de pier voor het resort. Jammer dat we de Bullshark niet gezien hebben die eerder die week Matthias op scherp had gezet. Er zit redelijk wat groot wild in Oman maar net als altijd moet je geluk hebben. De rest van de dag wordt vooral besteed aan lui zijn en uitrusten. We maken ons wel een klein beetje zorgen over het feestje dat vanavond weer zal losbarsten op het strand.

Het is ondertussen alweer woensdag, de tijd vliegt. Op bijna iedere bestemming ziet Anita wel kans om de  plaatselijke kattenpopulatie aan zich te binden door ze te verwennen met lekkere hapjes. Bij het ontbijt is het een ware smullerij voor katten en poezen in alle kleuren. Op het duikcentrum zijn ze goed gemutst want de boot vaart vandaag naar Fahal Island oftewel Shark Island, een flinke puist die zo'n 4 kilometer uit de kust ligt. Op de ondiepe duikstekken kan van alles langs zwemmen, van Walvishaaien tot Bullsharks en Blacktips, schildpadden, Tonijn en Manta's. De eerste duik is aan de noordzijde en mijn Engelse buddy duikt meteen naar 30 meter omdat er de dag ervoor een Walvishaai voorbij trok. We zijn echter snel weer in ondiep water en genieten van het goede zicht en de grote scholen vis. De eerste duik heeft weinig spectaculairs in petto maar we hebben nog een herkansing na de pauze.

Dit keer duiken we aan de zuidzijde en Matthias maakt nog een opmerking naar een paar snorkelaars dat het vanwege de haaien geen goede plek is om te snorkelen. Als we afdalen zien we in de verte een schim van een groot dier met een hoge driehoekige vin. Zou het dan toch lukken om de grote dikke Bullsharks van dichtbij te bekijken? Het blijkt een gitaarhaai te zijn van ruim 3 meter, geheel ongevaarlijk maar erg speciaal om van dichtbij langs te zien zwemmen. De rest van de duik zien we vooral veel vis, wat naaktslakjes en een paartje Sepia's. De boottocht terug naar het duikcentrum vaart kort langs de kust met een mooi uitzicht op het paleis van de Sultan en de oude forten.

We houden het duiken voor deze vakantie voor gezien omdat het ook gewoon leuk is om samen te relaxen aan het strand. Het resort is hiervoor een plek bij uitstek, niet in de laatste plaats door het lekkere eten en de koele drankjes op het terras.
Donderdagmiddag nemen we nog een taxi naar de Soukh van Muttrah die een lange traditie heeft en erg authentiek oogt. Een paar kleine souvenirs zijn snel gekocht en de taxichauffeur rijdt nog eenmaal langs de mooiste bezienswaardigheden.


Dag 22. vrijdag 10 oktober, vertrek naar Nederland. 

Helaas, de 3 weken vakantie zitten er alweer op. We hebben erg genoten van zowel de Emiraten als van Oman. Normaal gesproken zijn we zoveel luxe niet gewend maar toegegeven, het went snel. Het zou voor de beeldvorming van veel Nederlanders goed zijn om een tijdje te proeven aan de gastvrijheid van deze landen. We voelden ons in ieder geval erg veilig en gewenst.

Omdat de vlucht pas om half elf vertrekt hebben we nog een hele dag om de denkbeeldige batterij op te laden en wat te luieren aan het strand. Het vliegveld van Muscat is zeker geen vervelende plek om te moeten wachten met luxe winkeltjes en eten en drinken in overvloed.

Op ons ticket staat dat we een tussenstop maken in Doha, Qatar. Dat verklaart dus waarom de vluchtduur ruim 2 uur langer is dan met de heenreis. De KLM kan er nog wat passagiers oppikken en voordelig tanken. Het vliegveld van Qatar ziet er nog indrukwekkender uit als Dubai maar helaas moeten we een uur in het vliegtuig blijven. De nachtvlucht naar Nederland is snel voorbij en op Schiphol zijn de koffers eerder bij de band dan wij. Adrie is zo aardig om ons op te halen, geen overbodige luxe na een nachtje doorzagen.

De thuiskomst is zoals altijd; koud, donkere wolken maar wel 2 hele blije huisgenootjes die ons duidelijk gemist hebben. We danken Jasper van Aladin Travel in Nederland voor de op en top kennismakingsreis door de VAE en Oman. En net als ieder jaar sluiten we af met de woorden: "reken maar dat we terugkomen."

Dustytours, Rob en Anita

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Reisverslag VEA en Oman 2014